Personeel & Arbeid

wordcloud

3 februari 2017

Lage inkomen voordeel 2017

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl).
Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers met een laag loon.
En geldt met ingang van 1 januari 2017.
Wanneer hebt u recht op het lage-inkomensvoordeel?

U hebt recht op dit voordeel voor elke werknemer die voldoet aan deze 3 voorwaarden:

• De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder.
• De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar.
• De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Het lage-inkomensvoordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer. En van zijn gemiddelde uurloon (jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren).
Gemiddeld uurloon over 2017 LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 40-urige werkweek)
€ 9,54 tot maximaal € 10,49 € 1,01 € 2.000
€ 10,50 tot maximaal € 11,92 € 0,51 € 1.000

Let op!

De bedragen van het gemiddelde uurloon over 2017 zijn voorlopige bedragen. De definitieve bedragen worden pas in mei 2017 bekend.
Wat u moet doen om het lage-inkomensvoordeel te krijgen?

Niets extra’s. Gewoon goed aangifte loonheffingen doen over 2017.

UWV beoordeelt op basis van uw aangiften voor welke werknemers u recht hebt op het lage-inkomensvoordeel. Vul dus ook het aantal verloonde uren goed in.

Want kloppen de gegevens in uw aangifte niet? Dan loopt u het lage-inkomensvoordeel misschien helemaal of voor een deel mis.
UWV betaalt het lage-inkomensvoordeel over 2017 in 2018 automatisch aan u uit

Als uit uw aangiften loonheffingen over 2017 blijkt dat u er recht op hebt.

Dat uitbetalen gaat als volgt:

U krijgt vóór 15 maart 2018 van UWV een voorlopige berekening van uw LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2017 die u tot en met 31 januari 2018 heeft gedaan.

2 augustus 2016

WGA-Vast en WGA-Flex worden één premie per 1 januari 2017

Werkgevers kunnen vanaf 1 januari 2017 alleen maar eigenrisicodrager voor de WGA blijven of worden voor het gehele WGA-risico (WGA-Vast èn WGA-Flex).
De tot nu toe afgegeven garantieverklaringen (van verzekeraars of banken) waren uitsluitend van toepassing op het WGA-vast risico.
Wegens de uitbreiding van het risico moeten werkgevers een nieuwe garantieverklaring bij de Belastingdienst indienen voor het gehele WGA-risico.
Volgens de Wet financiering sociale verzekeringen moet de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap WGA (inclusief garantieverklaring) uiterlijk dertien weken vóór de ingangsdatum van het eigenrisicodragerschap worden ingediend bij de Belastingdienst. Dit betekent dat voor werkgevers die vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager worden of blijven, dit uiterlijk per 1 oktober 2016 ingediend zou moeten zijn.

2 februari 2016

Loonkostensubsidie 2016

• De premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer gaat gelden voor de hele doelgroep banenafspraak.
– werknemers die de gemeente moet ondersteunen bij het vinden van werk en die niet het wettelijke minimumloon kunnen verdienen
– werknemers met een Wiw-baan (Wet inschakeling werkzoekende) en ID-baan (In- en doorstroombaan)
– werknemers met een Wet Wajong-uitkering
– werknemers met een WSW-indicatie

Voor de laatste twee groepen werknemers heeft de werkgever nu al recht op de premiekorting.

• U hebt voor de bovengenoemde werknemers per werknemer recht op maximaal 2.000 euro aan premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer per jaar.
• U hebt ook recht op de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer, oudere werknemer of jongere werknemer voor dienstbetrekkingen waarvoor u op grond van de Participatiewet een loonkostensubsidie krijgt van de gemeente.
• De namen van de premiekortingen veranderen:
– De ‘premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers’ wordt ‘premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer’.
– De ‘premiekorting in dienst nemen oudere werknemers’ wordt ‘premiekorting oudere werknemer’.
– De ‘premiekorting jongere werknemers’ wordt ‘premiekorting jongere werknemer’.
Daarmee worden de namen in overeenstemming met de wet gebracht.

Voor de werknemer met een WIA-uitkering bestaat volgende jaar nog recht op een premiekorting van 7.000 euro per jaar.

30 juli 2014

Wijzigingen per 1 januari 2015 welke een onderdeel zijn van de Wet werk en zekerheid

Op 10 juni 2014 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel werk en zekerheid.

Dit wetsvoorstel brengt zowel wijzigingen in het arbeidsrecht als in het sociale zekerheidsrecht. Bij de behandeling in het Parlement is bepaald dat de wet gefaseerd ingevoerd zal worden.

Vanaf 1 januari aanstaande moet u rekening houden met de volgende wijzigingen:

Aanzegplicht:

    • Er geldt een aanzegplicht van één maand bij een tijdelijk contract van zes maanden of langer dat van rechtswege eindigt. (NB; aanzegging is iets anders dan opzegging!)
    • Uiterlijk één maand vóór het einde van de arbeidsovereenkomst zal de werkgever de werknemer schriftelijk moeten laten weten of hij deze voort wil zetten of niet.
    • Deze aanzegtermijn geldt niet voor contracten die op een bepaalde datum eindigen voor een bepaald project of voor ziektevervanging.
    • Bij aanzegging moet niet alleen vermeld worden of de arbeidsovereenkomst zal worden voortgezet, maar ook voor hoe lang en tegen welke voorwaarden.
    • Gaat in voor contracten die eindigen op 1 februari 2015 of later.
    • Sanctie: Indien een werkgever verzuimt om de betreffende aanzegging te doen, eindigt de arbeidsovereenkomst niettemin, maar is de werkgever een vergoeding verschuldigd aan de werknemer ter hoogte van maximaal één maand loon. Ook als de arbeidsovereenkomst wordt voorgezet en er is geen of te late aanzegging gedaan, dan is toch de vergoeding verschuldigd, eventueel voor het aantal dagen dat de aanzegging te laat is gedaan.

Proeftijd:

    • U mag geen proeftijd meer opnemen in tijdelijke contracten van zes maanden of minder.

Concurrentiebeding

    • Een concurrentiebeding in een tijdelijk contract is alleen nog mogelijk in bijzondere omstandigheden.
    • De enige uitzondering hierop is een concurrentiebeding wat schriftelijk is opgesteld en specifieke, goed onderbouwde motivering van het zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelang bevat.

Oproepkrachten

    • De uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting in oproepcontracten blijft mogelijk voor de eerste zes maanden van een dienstverband. De mogelijkheid om hier bij CAO vanaf te wijken, wordt per 1 januari 2015 beperkt. De verlenging bij CAO is vanaf 1 januari alleen nog mogelijk voor expliciet in de CAO te bepalen functies als de werkzaamheden incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang hebben.

Wijzigingen per 1 juli 2015
Vanaf 1 juli 2015 gaan de volgende hervormingsmaatregelen in:

    • Werknemers met tijdelijke contracten kunnen al na twee jaar (nu drie jaar) aanspraak maken op een vast contract. Het is nog wel mogelijk om drie tijdelijke contracten aan te bieden.
    • Afwijking bij CAO blijft ook na 1 juli 2015 nog mogelijk, maar wordt gemaximeerd tot zes contracten in maximaal vier jaar. CAO-partijen dienen dit echter wel te motiveren.
    • De periode tussen twee contracten om de keten te doorbreken, wordt zes maanden in plaats van drie maanden. Per CAO kan hiervan niet meer worden afgeweken.
    • De ketenregeling geldt niet meer voor werknemers jonger dan 18 jaar met een arbeidsduur van twaalf uur of minder per week. Voor hen treedt de ketenregeling pas in werking op de dag dat zij 18 jaar worden. De dan lopende arbeidsovereenkomst is dan de eerste in de keten.

Ontslagrecht

    • Er is nog slechts één ontslagroute en die hangt af van de reden van ontslag. Bedrijfseconomisch ontslag en ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid lopen standaard via het UWV. Ontbinding van het arbeidscontract om andere redenen gaat via de kantonrechter. Uiteraard blijft het ook mogelijk om samen met een werknemer schriftelijk een beëindigingsovereenkomst te sluiten, maar wel met daarin opgenomen een bedenktijd van 14 dagen.

Transitievergoeding

    • Werknemers krijgen bij onvrijwillig ontslag recht op een transitievergoeding. Dit geldt uiteraard niet bij ontslag op staande voet. De transitievergoeding is zowel verschuldigd na opzegging met verkregen toestemming van de kantonrechter als na ontbinding door de kantonrechter.
    • De vergoeding is bedoeld om de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken, de werknemer is niet verplicht de volledige vergoeding daarvoor in te zetten.
    • De ontslagvergoeding maakt plaats voor een transitievergoeding. Een werknemer die twee jaar of langer bij u heeft gewerkt, ongeacht of dit voor bepaalde of onbepaalde tijd was, heeft recht op deze vergoeding. De hoogte bedraagt 1/3 maandsalaris per vol gewerkt dienstjaar. Langer dan 10 jaar in dienst; vanaf het 10de jaar een vergoeding van ½ maandsalaris per dienstjaar. Ouder dan 50 jaar en langer dan 10 jaar in dienst én het bedrijf heeft meer dan 25 werknemers; vanaf het 10de dienstjaar een vergoeding van 1 maandsalaris per dienstjaar. De maximale vergoeding bedraagt € 75.000.-, tenzij het jaarsalaris van de werknemer meer bedraagt dan € 75.000,-, dan is de vergoeding maximaal 1 jaarsalaris.

Geen transitievergoeding: Verwijtbaar ontslag, werknemer is onder de 18 jaar, bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, faillissement, surseance van betaling of schuldsanering.

Voor vragen en arbeidscontracten die aan deze nieuwe regels moeten voldoen kunt u bij ons terecht.

26 juli 2013

In 2014 subsidieregelingen voor praktijklerenDe afdrachtvermindering onderwijs wordt per 1 januari 2014 vervangen door een gerichte subsidieregeling. Er blijft budget voor leerwerkplekken beschikbaar, maar de regels worden een stuk strenger en minder mensen komen voor subsidie in aanmerking. De regeling wordt aangepast omdat de kosten de pan uit rijzen en sommige organisaties oneigenlijk gebruikmaken van de afdrachtvermindering onderwijs.Het kabinet vindt het belangrijk dat de keuze voor de combinatie van leren en werken blijft bestaan. Om werkgevers financieel te blijven stimuleren om leerwerkplaatsen aan te bieden, komt er een afgeslankte vorm van de afdrachtvermindering onderwijs: de subsidieregeling praktijkleren. Voor deze nieuwe subsidieregeling is € 200 miljoen beschikbaar.

Subsidie leerwerkplekken voor minder doelgroepen
De subsidie is bedoeld voor mensen met een zwakkere positie op de arbeidsmarkt of richt zich op werknemers in sectoren waarin personeelstekorten worden verwacht of die onmisbaar zijn voor de kenniseconomie:

      • mensen die een opleiding volgen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL);
      • hbo-studenten die een combinatie van leren en werken doen in de techniek (inclusief agro);

Verdwijnen doelgroepen afdrachtvermindering
Er komen minder doelgroepen in aanmerking voor de subsidie dan voor de afdrachtvermindering onderwijs. De volgende groepen komen vanaf 2014 onder meer niet in aanmerking voor de subsidie:

      • leerlingen met een MBO BOL-opleiding;
      • leerlingen die een leerwerktraject volgen in het vmbo;
      • voormalige werklozen die worden opgeleid tot startkwalificatie;
      • personen die via een EVC-traject een ervaringscertificaat behalen;
      • studenten die een niet-technische hbo-opleiding volgen.

Voorwaarden subsidieregeling in november bekend
De afgelopen jaren is het gebruik van de afdrachtvermindering onderwijs enorm toegenomen. De Belastingdienst heeft onvoldoende capaciteit om te controleren of de afdrachtvermindering altijd terecht wordt geclaimd. Ook zijn er adviesbureaus die de afdrachtvermindering onderwijs actief promoten om er financieel beter van te worden in plaats vanuit didactisch oogpunt.
De precieze voorwaarden voor de subsidieregeling praktijkleren worden uiterlijk 1 november 2013 bekend.
Let op! Houd er rekening mee dat u voor deze groepen vanaf 2014 de afdrachtvermindering onderwijs waarschijnlijk niet meer kunt toepassen! Er is namelijk niet voorzien in een overgangsregeling.

1 juli 2013

Nieuw minimum loon
Het minimumloon is per 1 juli 2013 weer verhoogd. Voor een 23-jarige is het bruto bedrag € 1477,80 per maand. Afhankelijk van de in de branche of CAO gewerkte uren per week is het uurloon te herleiden. Download HIER de volledige tekst.

Bewaren

Bewaren